Skip to main content
  • Optimalisatie
  • Continuïteit
  • Inzichtelijk
  • Beheersbaar
          +31 85 06 044 54

Slimme IA – #7 Alarmtuning

Je luistert naar IA in 15 minuten, een podcast van Progressus. Wij maken industriële automatisering begrijpelijk, praktisch en interessant. Elke aflevering een kwartier vol techniek en dit zonder ruis. Vandaag hebben we het over alarmtuning. Start de machine, we gaan beginnen. 

Hallo Hendrik, daar zijn we weer. Een nieuwe podcast van Progressus. In de vorige podcast hebben we het gehad over tijdstippen, de NTP-server. Timing is key. Ik denk dat we daar een leuk bruggetje voor hebben. Want waar tijd ook weer terugkomt: is een alarm.

Wat is een alarm?

Hendrik: Een alarm geeft aan dat er iets mis is, zou ik zeggen, in het proces. Laat ik het beter zeggen, dat zou een alarm moeten zijn. En dat is het vaak ook wel. Maar waar we het eigenlijk over hebben, zijn al die alarmen die… Nou, laten we het voorzichtig noemen, minder nodig zijn.  

Is het dan nog een alarm?  

Hendrik: Dan kan het nog steeds wel een alarm zijn. Gaan we de discussie starten wat een alarm is en wat een storing of een waarschuwing? 

Als ik nu in je ogen kijk, denk ik van laten we dat maar niet doen. Het is meer voor onze luisteraars. Want naast een alarm hebben we het ook over meldingen. Bij ons op kantoor hebben we het vaak over de tank die bijna vol is of al overstroomt of bijna leeg is en toch nog een alarm geeft dat hij bijna leeg is. 

Hendrik: Misschien heel platgeslagen voor de luisteraars: de alarmen onder in het scherm komen altijd bij onze systemen. Zij moeten de operator erop wijzen dat er iets aan de hand is of dat er iets is waar hij of zij wat aan moet doen.  

Dus, awareness kweken bij de operator. Hij moet er geen tien per minuut krijgen, want dan valt een alarm weg. Maar er moet echt een alarm zijn waarmee hij aan de slag moet.  

Hendrik: Ik denk dat er al operators zijn die denken: tien per minuut zou ik al heel fijn vinden, want dan kijk ik er niet meer naar. Ik denk dat als je nu in veel systemen onderin zou kijken, dat er al meer meldingen staan, maar ook meer optreden dan tien per minuut. 

En als jij dat dan ziet?  

Hendrik: Ik word daar altijd een beetje triest van. Wij zitten ook in een storingsdienst en worden daarover gebeld. Ik ben weleens gebeld door een operator, die vroeg: “Hendrik, kun jij eens kijken wat er aan de hand is met die installatie?” En dan opende ik in SCADA en staat op die installatie één alarm onderin. Ik bel hem terug en zeg: “Zou het misschien kunnen dat dat ene alarm wat onderin staat, dat het is?” Zegt hij: “Verrek ja, nu je dat zegt.” Met andere woorden, ze kijken er niet meer naar omdat ze worden doodgegooid met alarmen. Ze gaan maar gewoon bellen. En dat is eigenlijk precies wat hier het probleem mee is.  

Alarmmoeheid

Dus, dan krijgen we ‘alarmmoeheid’. Een bekend fenomeen. En wat kunnen wij daaraan doen?  
 
Hendrik: De oplossing is natuurlijk alarmtuning. Omdat ik ook bezig ben met een artikel voor onze website, heb ik me daar eens in verdiept. De term alarmtuning kende ik al wat langer, maar nu schijnt er ook een standaard te zijn voor alarmtuning. Of alarmtuning is onderdeel van de standaard. Daar ben ik nog niet helemaal over uit. Maar er schijnt een standaard te zijn: de ISA 18.2, voor de mensen die daarin zijn geïnteresseerd.  

Okay, wij doen al een aantal jaren ook alarmtuning. Heb je een aantal voorbeelden? 

Hendrik: Je kunt het op verschillende manieren aanpakken. Je kunt zeggen: ‘ik ga achter het scherm zitten en ik ga kijken wat er allemaal voorbijkomt en of dat allemaal terecht is’. Dan kom je eigenlijk al op de eerste discussie: wat is terecht? 

Alarmfilosofie

Dan kom ik toch weer terug op die standaard. Anders zou je maar wat doen. Je gaat kijken wat er nu is. Als er een alarm optreedt, welke op dat moment niet voorbijkomt, dan blijft deze bijvoorbeeld liggen. Dat lijkt misschien niet erg, maar kan over een maand ineens wel weer iedere seconde voorbijkomen. 

Wat ik uit die standaard zelf ook heb geleerd, is dat je een alarmfilosofie moet hebben. En een alarmfilosofie is: de regels volgen. Je basisregels. De wetten, als je het wat zwaarder wilt nemen. Daarin ga je al aangeven wat je wel en wat je niet gaat alarmeren. 

Een voorbeeld: jij noemt het hoogniveau en ik noem dan het laagniveau. Als je een leegfase hebt om een tank leeg te trekken en je krijgt op een gegeven moment een laagniveaumelding: ga je dat melden? Standaard wordt dat vaak allemaal aangezet. Je leegmelders worden gemeld. Maar als je een tank aan het leegtrekken bent, dan is het eigenlijk je doel om hem leeg te maken. Met andere woorden, dat is eigenlijk geen storing.  

Dat is een voorbeeld welke je in je alarmfilosofie zou kunnen opnemen. Maar als je de werkwijze gebruikt die ik eerder omschreef en je krijgt, terwijl je aan het kijken bent, geen leegmelder, dan ga je daar niks aan doen. 

Hoe om te gaan met systeemmeldingen

Dat is dus een beetje wat we willen vertellen: zorg voor een alarmfilosofie. Wat ga je wel en wat ga je niet melden?  
 
En nog een goed voorbeeld, want ik denk dat het eigenlijk wel leuk is om wat voorbeelden te noemen: ga je dingen melden die misschien belangrijk zijn, maar waar een operator niks aan kan doen? Bijvoorbeeld een communicatiestoring tussen twee PLC’s. Dat is wel heel erg interessant, want daar moet wel wat aan gebeuren. De operator zal er uiteindelijk ook last van krijgen, want dingen gaan mis. Dingen willen niet starten of vallen in storing. 

De communicatiestoring tussen twee PLC’s is iets waar een operator eigenlijk niks aan kan doen. Ja, hij kan gaan bellen. Dan zou je er bijvoorbeeld bij moeten zetten: ‘0900, bel Kor’. Dat is ook een deel van je alarmfilosofie. Meld geen dingen waar een operator niks aan kan doen, of meld ze ergens anders.  

En gaat je alarmtuning dan over de fabriek en de operator, of gaat het ook over de fabriek en de programmeur? Het voorbeeld tussen de twee PLC’s.  

Hendrik: Dat soort systeemmeldingen zijn er legio. Er wordt al heel veel onderdrukt qua systeemmeldingen, want daar zitten er natuurlijk echt heel veel van in. Daar zou je een aparte alarmgroep voor kunnen maken. Je zou deze bijvoorbeeld bij de td of juist bij ot op het scherm kunnen toveren, maar niet bij de operator. En dat is precies weer iets wat je in je alarmfilosofie kunt omschrijven. Dus, de communicatiestoringen meld je niet op de schermen van de operators maar meld je ergens centraal, waar er hopelijk iemand naar gaat kijken. 

Dat wordt dan ook duidelijk gemaakt in jouw alarmfilosofie, als het goed is.  

Hendrik: Het is niet echt je ontwerp maar het is wel de regels die je opstelt. Wij gebruiken ze als basisregels. En die zou je dus ook bij een system integrator neer kunnen leggen. Zo van: kijk eens, je gaat nu een project bij ons doen maar zorg ervoor dat je qua alarm aan onze filosofie voldoet. Als er later lege melders worden gemeld terwijl er een tank aan het legen is, dan kun je zeggen: “Dit is onze filosofie. Jij voldoet daar niet aan. Of zou je daar alsjeblieft aan willen voldoen?” 

Risico’s niet opvolgen alarmfilosofie

Wij hebben het nu gehad over de opbouw van de alarmen en de tuning daarvan en de filosofie. Maar wat zijn de daadwerkelijke gevaren als je dit niet doet?  
 
Hendrik: Dat is die alarmmoeheid waar we het over hebben. Dat je te veel alarmen krijgt. Die filosofie is de basis maar die alarmtuning, die je net weer even aankaart, kan bijvoorbeeld ook zijn het instellen van grenzen. Veel dingen worden gemeld omdat ze buiten grenzen treden. En soms moeten die grenzen gewoon wat worden opgeschoven. Of afhankelijk worden gemaakt van een product of van een processtap. Dat is eigenlijk die alarmtuning.  

Het gevaar als je het niet doet, is dat je wordt overspoeld door alarmen en dat operators op een gegeven moment denken: nou, ik kijk er niet meer naar want ik kan er toch niks aan doen. Het is leuk dat jullie allemaal regeltjes onderin presenteren, maar ik kan daar niks mee.  

Dat zou ook onderdeel van je alarmfilosofie moeten zijn, zou ik bijna zeggen. Een maximumaantal alarmen stellen per minuut. Volgens mij is de standaard, als je gaat zoeken, tien alarmen per tien minuten al heel druk voor iemand.  

Hoe belangrijk is een alarm?

Dat is ook een interessante, want met het overleg van de alarmtuning krijg je er ook mee te maken van hoe belangrijk een alarm is. Maar als onderaan de streep staat, we doen er tien – en je hebt geen goede schifting gemaakt van welke alarmen wel en niet belangrijk zijn – dan zijn er tien onbelangrijke en de elfde, ja sorry, je zit ook binnen de minuut, ik laat jou niet zien.  

Hendrik: Zo kun je dat niet doen. Een alarm dat komt, moet worden gepresenteerd. Als het een belangrijk alarm is, moet deze worden gepresenteerd. Je kunt niet zeggen: je zit nu aan je tax van 10 per minuut maximaal. Maar dat is eigenlijk een systeemvereiste.  

Je zou meerdere niveaus in je alarm willen hebben?  

Hendrik: Qua prioriteit, bedoel je? Dat is sowieso, denk ik, een belangrijk onderdeel van je alarmfilosofie. Als de standaard is: ik wil niet meer dan tien alarmen per tien minuten, is dat meer iets wat je zou kunnen meten. En kijken of je daaraan voldoet.  
 
Je zou af en toe eens de thermometer erin kunnen steken en de opdracht geven: kijk wat de alarmdruk van deze installatie is voor de operator. En als de conclusie is dat hij meer krijgt dan 10 per minuut, dan zou je moeten kijken welke dat dan zijn en wat daaraan te doen is. 

Wat je nu ziet, en dat komt heel veel voor en hebben we zelf ook wel gedaan, is dat je aangeeft hoeveel alarmen er op dat moment actief zijn op een installatie. Daar schrik ik soms van. Dan heb je twintig, dertig, veertig, vijftig alarmen op een installatie en de installatie draait gewoon. 

In actie blijven komen

Hoe kan dat?  
 
Hendrik: Nog erger is, dat je veel alarmen hebt op een installatie die niet eens draait. Wat waarschijnlijk inhoudt dat er werkzaamheden aan die installatie zijn. Dat zorgt dan voor allerlei storingen. Maar moet je dat dan melden op zo’n moment?  

Eigenlijk moet een alarm iets zijn waar je van in actie gaat komen. 

Ja, en waar je duidelijk weet wat je moet doen. Een voorbeeld: een melding die niet goed binnenkomt omdat deze steeds in storing valt. Een flowmeter, een drukmeter, een temperatuurmeter kan aangeven dat er een draadbreuk is, buiten de range zit of een lege buis heeft, bij een flowtransmitter. 

Wie moet in actie komen bij een alarm?

Is dat dan iets voor de operator?  
 
Hendrik: Nee, in mijn optiek niet. Dat zou iets voor een td’er moeten zijn. 

Je moet ook bepalen in je alarm hoe technisch deze is? Is het per fabriek weer anders hoeveel technisch inzicht van een operator wordt verwacht?  

Hendrik: Dat denk ik wel. Er zijn operators die, als het een technisch probleem wordt, de telefoon pakken en de technische dienst bellen. Zij hebben een technische dienst maar er zijn ook operators, ik heb het meegemaakt, die met een lasapparaat de fabriek ingaan. Of met een schroevendraaier of met een tang. Het verschilt per fabriek, absoluut. Maar dan is nog de vraag, moet je daar niet onderscheid in maken? 

Proces technisch kunnen ze natuurlijk niet zo heel veel meer. Dat is natuurlijk ook een ding. Daar gaan we het ook nog een keer over hebben, weet je nog? Over het Elicit-verhaal, zoals wij dat dan noemen. Hoe je regels vast kunt stellen? Hoe je met een afwijking omgaat.  

Daar dacht ik net ook aan toen jij aangaf wat doe je als er een alarm is? En inderdaad Elicit hebben we toen een aantal keren gezien. Daar wordt in beschreven: wat als dit gebeurt, wat ga jij dan doen? Je kunt het heel breed gaan trekken en heel veel facetten komen voorbij met alarmtuning.  

Wat houdt de ‘standaard’ in?

We hadden net ook even over een standaard. Welke dingen komen dan naar voren?  

Hendrik: Wat mij opviel in de standaard, is dat deze heel breed is. We hebben nu twee punten uitgelicht. Dat is de alarmfilosofie en de alarmtuning. Maar deze zegge ook wat over je ontwerp, je implementatie, maar ook over testen, evalueren, change management en continuous improvement (continue verbetering). 

In mijn optiek is dat allemaal een beetje standaard. Een standaard projectgang. Als je een projectje hebt en dit als een project aanvliegen, dan is dat eigenlijk standaard. Ik denk dat het belangrijker is, dat je je alarmtuning of je alarmfilosofie in ieder geval altijd meeneemt in projecten. Het heeft heel veel nut om die standaard helemaal uit te pluizen. Want een standaard is een soort leidraad, ook voor een project. Maar je kunt alles als een project aanvliegen. De twee punten die wij eruit hebben gehaald, daar zie ik wel heil in.  

De standaard is het verpakkingspapier van je hele proces. Je neemt het mee bij het opzetten, maar na tien jaar moet je er nog steeds mee bezig zijn, met je alarmtuning.  

Hendrik: Dat zegt de standaard ook, want het laatste punt is continue verbetering. En dat zien we gelukkig wel bij een aantal fabrieken, die daar continu mee bezig zijn. Niet alleen om het proces te verbeteren, maar misschien ook om het alarm te verbeteren. 

Ergonomische schermen

Het klinkt allemaal fantastisch: alarmtuning. Ik denk dat wij er wijzer van worden en hopelijk onze luisteraars ook.  

Hendrik: Het is een ontzettend interessant onderwerp. En het is eigenlijk in iedere fabriek wel aan de orde. Dus iedere fabriek zou in mijn opinie daar op enige manier mee bezig moeten zijn. 

Naast alarmtuning komt ook aan de orde: de awareness… Wat was de volledige term, weet jij die nog? De awareness van de kleuren. Dat is niet specifiek alarmtuning, maar een kleur die doorgeeft aan een operator: hé, wat gebeurt daar? Een soort alarm voor de operator. Hé, ik zie een kleur. Hé, ik zie het verspringen. Met die plaatjes… 

Hendrik: Ik denk dat je doelt op ergonomische plaatjes. Je kunt misschien beter zeggen: ergonomische schermen. Plaatjes klinkt alsof we nog op de kleuterschool zitten. Hoe zet je de schermen op? Welke kleuren kies je? Hoe zorg je ervoor dat de aandacht van een operator naar de goede plek wordt getrokken?  

Daar zie je ook al een soort van tuning in de schermen.  

Hendrik: Tuning misschien. Je zou het zelfs als een filosofie kunnen omschrijven. Waar moeten schermen aan voldoen? Als er niks aan de hand is, dan zijn ze oersaai. En als er ergens wat optreedt, dan licht dat op. Waarschijnlijk in het rood. Ergonomische schermen. Ergonomische plaatjes. Daar gaan we het ook nog een keer over hebben, Kor. Lijkt je dat wat?  

Meer afleveringen van ‘IA in 15 minuten’

Dit is aflevering zeven. Zet er maar een paar nullen achter, hoor. You’re just getting started. Yes. Nou, dit is fantastisch. Ik denk dat we voor het kwartier alweer heel veel minuten hebben vol gepraat. Bedankt voor het luisteren naar IA in 15 minuten. Een podcast van Progressus. Volg ons op jouw favoriete podcast-app. We zijn te vinden op Spotify, Apple Podcasts en YouTube. 

Vond je het nu interessant? Deel de aflevering of laat een reactie achter op LinkedIn. En tot de volgende keer.